Fans van de Ronde van Spanje kennen Asturië van de bergetappes met loodzware beklimmingen. Maar deze autonome regio in het noordwesten van Spanje heeft als fietsbestemming nog veel meer te bieden, zoals autovrije fietsroutes over oude spoorwegen, avontuurlijke mountainbikeparcoursen en de pelgrimswegen naar Compostella. Op een e-mountainbike en in het gezelschap van enthousiaste gidsen beleefde onze reisreporter er een heel aangename fietstrip.
Mijn uitvalsbasis voor een weekje fietsen in Asturië is het kuuroord Las Caldas net ten zuiden van Oviedo. Het thermencomplex met een strak en modern hotel domineert het plaatsje, al is de charme van het dorpsplein met zijn gezellige cafeetjes – en betaalbare drankjes – gelukkig bewaard gebleven. Op de officiële website over het fietstoerisme in Asturië staat Las Caldas aangegeven als startpunt van de 74 km lange fietsroute ‘Bienvenidos al Angliru’. Met stijgingspercentages tot 23% behoort de Angliru tot de zwaarste beklimmingen uit de Vuelta, en die wil je als wielertoerist minstens één keer in je leven bedwingen. Dat verklaart meteen waarom er in het kuurhotel van Las Caldas groepjes wielertoeristen uit de hele wereld verblijven.
Het pad van de beer
Voor mijn eerste fietsetappe op Asturische bodem heeft fietsgids Xurde een heel toegankelijke rit op de planning gezet: de Senda del Oso (Het pad van de beer), een typisch voorbeeld van een Via Verde. Sinds de jaren negentig worden in Spanje in onbruik geraakte spoorwegen getransformeerd tot fiets- en wandelpaden, die het label Via Verde meekrijgen. Over het hele land telt het netwerk al meer dan 3.500 km en ruim 150 routes, waarvan 8 in Asturië. De Senda del Oso is de populairste route van de regio, vertelt Xurde. “Als recreatieve fietser kan je er kilometerslang fietsen zonder grote hoogteverschillen te moeten overbruggen, dat vind je niet zo vaak in Asturië. De route is daarom ook goed doenbaar voor kinderen en jongeren.”
Uitgerust met een gloednieuwe Quercus, een e-mountainbike van het Asturische fietsmerk MMR, leg ik het traject van de Senda del Oso af. Na 3 kilometer fietsen langs de Rio Trubia passeren we door het pittoreske Villanueva. Nauwelijks enkele kilometers verderop volgt al de topattractie van het parcours: de berentuin van de Fundación Oso de Asturias. Daar kan je vanop een platform beren spotten. En jawel, tijdens mijn passage laat de Cantabrische beer Molina zich even bewonderen.
Nog wat verderop wordt het landschap spectaculairder. Xurde loodst me door de tunnels van de oude spoorweg, die van eind 19e tot het midden 20ste eeuw werden gebruikt voor het vervoer van steenkool.
Er volgen nog tussenstops onderweg op de Senda del Oso, met als interessantste het stuwmeer van Valdemurio en het etnografisch museum van Quirós. Dankzij de forse elektrische aandrijving van de Bosch-motor op mijn gehuurde e-mountainbike, kan ik de hele tijd gezapig pedaleren zonder te zweten, waardoor er aan het eind van het traject nog energie én tijd rest voor een biertje. Salud!
Van de kust naar de bergen
Op mijn tweede fietsdag staat er ‘s ochtends in de lobby het hotel tot mijn verrassing een Italiaanse gids mij op te wachten. “Als surfer ben ik verliefd geworden op de wilde kust van Asturië”, verklaart Moreno zijn verhuis naar deze regio. “Asturië is een heel ander Spanje dan dat van de Costa’s met hun overvolle stranden. De temperaturen zijn hier veel aangenamer om te sporten. En de bergen zijn vlakbij. ‘s Morgens kan je beslissen of je naar het strand trekt, of dat het een dag in de bergen wordt.” Die bijzondere combinatie van kust en bergen wil Moreno me laten zien tijdens onze fietstocht, die we na een rit met een busje aanvatten in het vissersdorp Cudillero.
We volgen de kust in westelijke richting. Af en toe moet er stevig geklommen worden. Toch behouden we onze snelheid, want met een volledig opgeladen batterij drukken we op de steilste passages zonder schroom even de turboknop van onze fietsen in. Elke afdaling eindigt aan een mooi en afgelegen strand, zoals de Playa de la Concha de Artedo en de Playa de San Pedro. Andere fietsers komen we die voormiddag niet tegen, wel opvallend veel pelgrims, die te voet onderweg zijn naar Santiago de Compostella op de Camino del Norte. Overal klinkt dezelfde groet: ‘Buen camino’. Het duurt niet lang of we raken aan de praat raken met een groepje Amerikaanse dames. Ze kijken met enige (begrijpelijke) jaloezie naar onze elektrische fietsen.
In de namiddag op de terugweg naar ons vertrekpunt, laten we de kust even links liggen. We trekken over onverharde wegen landinwaarts. Dit gaat mij een stuk minder goed af dan de meer technisch onderlegde Moreno. Gelukkig wacht hij me op, en er is altijd nog de turboknop om op de makkelijker berijdbare paden weer snel bij te benen. Terug in de omgeving van Cudillero leidt Moreno me naar een kerkje op de top van een heuvel. Vanaf deze plek heb je een prachtig zicht over zowel de kust als de pieken van het Cantabrisch Gebergte. “Begrijp je nu mijn fascinatie voor Asturië?” vraagt Moreno. Ik knik instemmend.
Gekke situatie
Een dag later is het weer de beurt aan de geboren en getogen Asturiër Xurde om me de beste fietslocaties van zijn regio te tonen. De tocht brengt ons naar het beroemde heiligdom van Covadonga, waar volgens de overlevering in de 8ste eeuw de Asturische koning Pelayo de oprukkende Moren versloeg. De veldslag betekende voor Spanje het begin van de Reconquista, die pas in 1492 zou eindigen met de val van Granada. Bij fietsers staat het heiligdom dan weer bekend als het startpunt van de klim naar de Lagos de Covadongsa, waar renners uit de Vuelta al menig duel om de rode leiderstrui hebben uitgevochten. Om de inspanning van de profs beter te kunnen inschatten, beslis ik om met minimale elektrische ondersteuning de 12 km lange klim aan te gaan. Het levert een gekke situatie op. Terwijl ik me al zwoegend naar boven hijs, geeft Xurde met zijn fiets in turbostand op zijn gemak toelichting over het prachtige landschap en de koersincidenten tijdens de voorbije passages van de Vuelta.
Na die zware inspanning volgt op de vierde fietsdag een veel rustigere etappe. Van mijn hotel in Las Caldas volg ik een quasi vlakke Via Verde tot in het centrum van Oviedo, een traject van 10 km, volledig autovrij. Wat een plezier om zo de hoofdstad van Asturië binnen te fietsen en er onder meer de kathedraal te bezoeken. Na een cider op een terrasje gaat het verder naar de nabijgelegen Monte Naranco, met helemaal boven op de top een reusachtig Christusbeeld en op de flanken twee preromaanse kerkjes, die op de Unesco Werelderfgoedlijst pronken.
Tot besluit van mijn fietstrip door Asturië verken ik in het wiel van de fervente mountainbikester Patri het downhill-parcours Senderos del Carbón. Patri gaf welbewust haar job als ingenieur in Madrid op om in haar geboortestreek fietsgids te worden. Ze hoopt te kunnen meewerken aan de uitbouw van nog meer mountainbikeroutes in Asturië, vertelt ze. “De industrie in Asturië heeft het moeilijk. Maar de natuur en de landschappen bieden ons een uitzonderlijke kans om van het fietstoerisme een groot succes te maken.” En dat kunnen we na dit fietsavontuur alleen maar beamen!







